Medisch

Dagboek van een tolk #10: De vreemde oom in de koptelefoon

Een bevalling aan de telefoon, een vrouw die schreeuwt in het Pools en een tolk die alles moet vertalen, ook de vloeken.

28 oktober 20265 min leestijdAuteur: Marcin Kowalski
Dagboek van een tolk #10: De vreemde oom in de koptelefoon

Nacht van dinsdag op woensdag, kwart over drie. Mijn telefoon trilt op het nachtkastje. Een verpleegkundige vraagt of ik kan inbellen voor een bevalling. Een Poolse vrouw, het gaat snel, de arts is al aanwezig. Ik trek mijn koptelefoon over mijn oren en zeg ja.

Ze vertelt in twee zinnen wat ik moet weten. Het is haar eerste kind. Haar man is onderweg, ruim honderd kilometer verderop, en weet niet of hij het haalt. Dan hoor ik een deur, stemmen, en een geluid dat ik niet kan plaatsen. Het blijkt een wee te zijn.

Een kamer vol mensen en één stem

Ik zie niets. Ik hoor een arts, drie verpleegkundigen en een vrouw die zich ergens aan vastklampt, zo klinkt het tenminste. De arts spreekt kort, in bevelen. Ik tolk ze in één adem, want elke seconde telt. De vrouw antwoordt niet met woorden. Ze antwoordt met een kreet die mijn koptelefoon laat trillen.

Dan krijg ik de eerste zin die ik wel kan verstaan:

„Ja pierdolę, ja nie dam rady!”

Dat is Pools voor ongeveer: dit lukt me niet, ik kan het niet. Maar niet zo netjes. Na een korte pauze richt de arts zich tot mij en vraagt: moet u dat ook tolken? Ik zeg dat ik alles tolk, ook dit. „Ze zegt dat ze het niet kan.” De arts zegt rustig dat ze het wel kan. Ik geef het door. Ze antwoordt met een zin die ik hier niet ga herhalen.

De koptelefoon halfopen

Bij de volgende wee zet ik de koptelefoon een stuk van mijn oor. Het is geen onwil. Het is bescherming. Ze schreeuwt zo hard dat ik de arts niet meer kan verstaan zonder dat mijn oren piepen. Ik houd één kant losjes aan mijn hoofd, zodat ik de woorden net kan opvangen en de rest van het geluid wat afstand heeft.

De arts zegt: „Nu persen. Goed zo. Nog een keer.” Ik tolk het. Ze roept:

„Kurwa, to boli! Zróbcie coś, kurwa!”

Doe iets. Doe alsjeblieft iets. De verpleegkundige naast haar zegt dat ze haar hand vasthoudt en dat ze er is. Ik tolk ook dat. Eén seconde is ze stil. Dan beveelt ze mij, dwars door de kamer:

„Przestań mi tłumaczyć!”

Stop met tolken. Ik meld de arts dat de patiënt wil dat ik ophoud. De arts zegt, met iets dat op een glimlach lijkt in zijn stem: „Doe maar niet.” Ik doe het dus ook niet.

De vreemde oom

Op dat moment ben ik niemand in die kamer. Niemand kan mij zien. Ik ben een stem in een speaker, een man die ze nooit heeft ontmoet en die haar wel op het moeilijkste uur van haar leven bijstaat. Ik voel me een beetje als een vreemde oom die per ongeluk in de verloskamer is beland. Hij hoort alles, zegt weinig en mag niets vergeten.

Ze scheldt op haar man, die er niet is. Ze scheldt op de arts, op het bed, op de lamp, op mij. Ik tolk het allemaal, zacht en zonder te kleuren. De arts heeft het vaker gehoord, hoor ik aan zijn rust.

Dan wordt het ineens heel stil. Drie seconden, vier. Dan het geluid dat alles verandert: een dun, boos huiltje.

Wat daarna komt

„Het is een meisje”, zegt de arts. Ik tolk het en hoor haar lachen en huilen tegelijk. Ze vraagt, bijna onhoorbaar:

„Czy ona oddycha? Czy z nią wszystko dobrze?”

Ademt ze? Is alles goed? De verpleegkundige zegt dat de baby gezond is en dat ze goed huilt. Ik geef het door. Er valt iets uit haar stem, ik weet niet wat. Misschien de laatste negen maanden.

Twintig minuten later hoor ik buiten de kamer een deur en haastige voetstappen. „Meneer is er”, zegt de verpleegkundige. Ik hoor zijn ademhaling, alsof hij de hele gang heeft gerend. Hij heeft ruim honderd kilometer gereden en het niet gehaald. Dan zegt zij tegen hem, zacht en volkomen helder:

„Gdzie ty byłeś?”

Waar was jij? De verpleegkundige komt bij de telefoon en zegt: „Dat hoeft u niet te tolken.” Ik hoor dat ze lacht. Ik antwoord dat ik dat niet van plan was.

Wat blijft hangen

Voor ze ophangt, zegt de vrouw nog iets in de richting van de telefoon. Ze vraagt of de meneer van de telefoon er nog is. Ik zeg ja, en dat het me veel plezier doet. Dan zegt ze: „Przepraszam za te wszystkie słowa.” Sorry voor al die woorden. Ik zeg dat dat niet nodig is. Ik zeg dat ik ze allemaal hoorde, en dat ze er heel goed uit kwamen.

Dan hang ik op. Ik kijk op mijn horloge: tien voor vijf. Ik zet de koptelefoon af en voel mijn oor nog een tijdje nagonzen. Er is een kind geboren in een taal die ik de hele nacht heb getolkt en nooit zal horen spreken.

Goed om te weten

  • Vraag tijdens de zwangerschap aan uw verloskundige of het ziekenhuis hoe een tolk wordt ingezet bij de bevalling. Dat kan ook per telefoon of beeldbellen.
  • Een tolk geeft alles weer wat er gezegd wordt, ook wat u roept van de pijn. U hoeft zich nergens voor te schamen.
  • Een tolk kiest niet voor u en geeft geen medisch advies. Stel uw vragen aan de arts of verpleegkundige.
  • Begrijpt u iets niet, vraag het dan opnieuw, ook midden in de bevalling.
  • Laat uw partner of familie bij voorkeur niet tolken. Zij moeten er voor u zijn en niet voor de woorden.

Tot slot

Niemand ziet mij in die kamer, en toch hoor ik de eerste kreet.
persoon vindt dit leuk21