Dagboek van een tolk #9: Ik wil alleen dat hij ophoudt
Een telefoontje op zaterdagavond, een huilende vrouw en een agent die moet zeggen wat er nu gaat gebeuren.

Zaterdag, tien voor negen 's avonds. Mijn telefoon gaat tijdens het eten. Een agent vraagt of ik direct kan inbellen. Huiselijk geweld, een vrouw die haar verklaring wil afleggen, alles in het Pools. Ik schuif mijn bord opzij en zeg ja.
Hij legt in twee zinnen uit wat hij weet. Er is een melding binnengekomen via 112. De man is aangehouden en brengt de nacht door in een cel. De vrouw zit aan de keukentafel, haar kind slaapt in de kamer ernaast. Meer weet ik niet.
Een stem die over de agent heen praat
De agent begint rustig. Hij zegt wie hij is en vertelt haar dat haar man is meegenomen. Ik vertaal zin voor zin. Aan de andere kant begint ze te huilen, eerst zacht, dan harder. Ze praat dwars door mijn zinnen heen. Ik kan maar één stem tegelijk overbrengen, dus ik meld de agent dat ik de helft mis.
Hij vraagt haar twee keer om rustig adem te halen. Hij wil haar verklaring opnemen, zegt hij, maar dat kan pas als ze kan praten. Ik vertaal ook dat. Het blijft even stil. Dan zegt ze, nauwelijks verstaanbaar:
„Hij zegt altijd dat het de laatste keer is.”
Ik geef het door, precies zo. De agent noteert het en vraagt of ze wil vertellen wat er vanavond is gebeurd.
Wat er die avond gebeurde
Ze begint bij het eten. Hij was boos over geld, over de huur, over een brief die ze hem niet had laten zien. Ze zei iets terug. Hij begon met spullen te gooien. Ik vertaal het zoals het komt, in dezelfde volgorde, ook als ze zichzelf verbetert. Dan slaat hij haar. Ze valt. Ze komt overeind, rent naar de badkamer en doet de deur op slot. Daar belt ze 112, zittend op de vloer, terwijl hij aan de andere kant van de deur staat.
Haar verhaal komt in stukken. De agent stelt zijn vragen één voor één. Is dit eerder gebeurd? Ja, zegt ze. Vaker. Een keer is ze naar de huisarts gegaan zonder te zeggen waarom. Heeft ze nu pijn? Ze voelt aan haar wang. Wil ze dat een arts ernaar kijkt? Dat weet ze niet. Waar was haar kind toen het gebeurde? In zijn bed, zegt ze. Hij is twee. Hij heeft alles gehoord, hij is pas weer gaan slapen toen de politie er was. Heeft ze hier familie of vrienden? Er valt een stilte, en dan zegt ze zacht:
„Niemand. Mijn zus woont in Polen. Hier ken ik alleen hem.”
Ik vertaal het zonder er iets bij te doen. De agent zegt een paar tellen niets.
Over geld en over de huur
Dan legt hij uit wat er nu gaat gebeuren. Haar man blijft vannacht in de cel en wordt morgen gehoord. De agent gaat een tijdelijk huisverbod aanvragen. Tien dagen mag haar man niet in huis komen en geen contact met haar opnemen. Ik vertaal het woord voor woord. Zij hoort het niet als bescherming. Ze hoort het als een beslissing die ze zelf heeft genomen.
Ze begint opnieuw te huilen en praat nu snel, bijna zonder adem. Ze vraagt of ze het nog kan terugdraaien. Ze wil geen aangifte meer doen.
„Als ik dit doe, verliest hij zijn werk. Hoe betalen we dan de huur?”
De agent antwoordt rustig dat het vanavond niet over de huur gaat. Het gaat over haar veiligheid en die van haar kind. Ik breng het over en probeer mijn stem gelijk te houden. Dat lukt niet helemaal.
Dan zegt ze heel zacht de zin waar ik de rest van de avond aan blijf denken:
„Ik wil niet dat ze hem meenemen. Ik wil alleen dat hij ophoudt.”
Ik vertaal het zoals het er staat. De agent zegt dat hij het begrijpt, dat het vaak zo gaat. Hij kan haar niet beloven dat het ophoudt. Hij kan alleen zeggen dat haar man vannacht niet terugkomt.
Veilig Thuis
Ze vraagt wie Veilig Thuis is. De agent legt uit dat hij hen gaat bellen, omdat dat bij zo'n melding hoort, en dat er morgen iemand contact met haar opneemt. Ik weet wat dit woord bij haar kan losmaken. Het volgende wat ze zegt, is een vraag die ze meteen herhaalt, harder:
„Nemen ze mijn kind af?”
De agent zegt dat Veilig Thuis eerst met haar komt praten en dat het gaat om hulp voor haar en haar zoon. Ik vertaal het langzaam, zodat ze elk woord hoort. Ze zegt niets terug.
Wat blijft
Het gesprek duurt bijna veertig minuten. Aan het eind leest de agent haar verklaring voor en ik vertaal elke regel terug in het Pools. Ze verbetert een datum en zegt dat de rest klopt. Op de achtergrond begint een kind te huilen. Ze zegt:
„Ik moet gaan.”
Ik geef het door. De agent zegt dat dat goed is. Dan wordt de verbinding verbroken.
Wat ze morgen doet, weet ik niet. Misschien houdt ze vol. Misschien zegt ze dat ze het niet zo bedoelde. Ik hoor een deel van het verhaal en daarna gaat het zonder mij verder. Ik blijf nog even zitten met de telefoon in mijn hand, tot het scherm donker wordt.
Goed om te weten
- Bij direct gevaar belt u 112.
- Veilig Thuis is het advies- en meldpunt voor huiselijk geweld. U belt gratis 0800-2000, dag en nacht, ook anoniem. Chatten kan ook via veiligthuis.nl.
- Een tijdelijk huisverbod duurt tien dagen en kan door de burgemeester worden verlengd tot maximaal vier weken. In die tijd mag de pleger niet in huis komen en geen contact opnemen. In die periode wordt hulp op gang gebracht voor iedereen in het gezin.
- Wie het huisverbod overtreedt, pleegt een strafbaar feit.
- In Polen kunt u terecht bij de Niebieska Linia op 800 120 002 (gratis, dag en nacht, in het Pools) of via WhatsApp op 510 404 333.
- Begrijpt u de politie niet goed, vraag dan om een tolk en om herhaling. Dat mag ook als het om moeilijke dingen gaat.
Tot slot
Ze vroeg niet om straf. Ze vroeg dat het ophoudt.
Personages en details zijn fictief. De verhalen zijn gebaseerd op ervaringen uit het werk als tolk.