Dagboek van een tolk #11: Het muurtje
Een agent belt voor een tolk: drie Poolse mannen op een muurtje, een open fles wijn en geen enkel identiteitsbewijs. Een van hen begint te praten en houdt niet meer op.

Donderdag, even na vijven. Mijn telefoon gaat. Een agent vraagt of ik Pools kan tolken. Hij staat bij een muurtje, zegt hij, met drie mannen die alcohol drinken op een plek waar dat niet mag. Hij zet mij op de luidspreker. Ik hoor verkeer, een fiets die langsrijdt en een aansteker die niet wil aanslaan.
Een telefoon op een muurtje
De agent legt eerst uit wat hij gaat doen en ik tolk het zin voor zin. Hij controleert hen. Hij schrijft een bekeuring uit voor alcohol drinken in de openbare ruimte. En hij wil van alle drie een identiteitsbewijs zien. Aan de andere kant van de lijn hoor ik gemompel. Twee mannen zoeken in hun zakken, papier ritselt. De derde zegt niets.
De agent spreekt hardop uit wat hij ziet, voor zijn eigen verslag. „Er staat een open fles rode wijn op het muurtje.” Ik geef het door. Niemand ontkent het. Een van de mannen zegt, bijna beleefd:
„No tak, wino. A co mamy robić o piątej po południu?”
Ik tolk: ja, wijn, en wat moeten we anders doen om vijf uur 's middags? De agent zegt niets terug. Dat is ook een antwoord.
„Waar woont u?”
Dan komt de derde man aan de beurt. „En u? Heeft u een identiteitsbewijs bij u?” Het blijft lang stil. Als hij eindelijk antwoordt, is zijn stem laag en schor, van iemand die al een tijd buiten slaapt.
„Nie mam. Ukradli mi w pierwszym tygodniu.”
Ik heb er geen. Ze zijn in de eerste week gestolen. De agent vraagt waar hij woont, want dat moet op de bekeuring. Ik tolk de vraag. De man lacht kort, zonder plezier.
„Tu. Na tym murku.”
Hier. Op dit muurtje. Ik zeg het zoals hij het zegt, rustig, in dezelfde volgorde. Aan de andere kant is het een moment helemaal stil, alleen een auto die voorbijrijdt.
Een tas, een kamer, een maand zonder loon
Dan begint hij te praten, en hij stopt niet meer. Hij heeft maandenlang gewerkt, zwaar werk, zegt hij, en nooit een dag gemist. Op een vrijdag zeiden ze dat het klaar was. Zo, van de ene dag op de andere. De laatste maand loon is nooit gekomen. Met het werk ging ook de kamer weg, die hoorde erbij.
De eerste nachten dacht hij dat het een kwestie van dagen was. In de eerste week verdween zijn tas, met zijn paspoort erin. Hij sliep, zegt hij. Toen hij wakker werd, was er niets meer. Nu is het de tweede maand. Ik tolk het allemaal, zinnetje voor zinnetje, en de agent laat hem uitpraten. Dat is niet vanzelfsprekend.
Op de vraag of er een betaling had moeten komen, antwoordt hij met een gemeen soort humor:
„Kurwa, przecież ja pracowałem! Przelew miał przyjść w piątek. Przychodzi do dziś.”
Ik heb gewerkt, verdomme. De betaling zou vrijdag komen. Hij komt nog steeds. De agent vraagt of hij aangifte heeft gedaan van de diefstal. Hij zegt:
„Po co? Policja i tak nic nie znajdzie.”
Waarvoor? De politie vindt toch niets. Ik tolk het. Ik hoor een pen die even stopt met schrijven.
Wat een paspoort kost
De agent vraagt waarom hij geen nieuw document heeft aangevraagd. Het antwoord komt vlak en vermoeid, als een som die hij al honderd keer heeft gemaakt. Zonder paspoort neemt niemand hem aan, zegt hij. Zonder werk heeft hij geen geld. En het paspoort kost geld.
„Paszport kosztuje ponad sto euro. Ja od miesiąca nie mam nawet dziesięciu.”
Een paspoort kost meer dan honderd euro. Ik heb al een maand niet eens tien. Ik tolk het en de agent zwijgt. Zo lang dat ik even denk dat de verbinding is weggevallen. Dan hoor ik hem uitademen.
Drie bekeuringen
Daarna gaat het zoals het moet gaan. De agent legt uit dat de gemeente bepaalt waar alcohol drinken op straat is verboden, dat dit zo'n plek is en dat elk van de drie een bekeuring krijgt. Ik tolk het. De twee anderen mompelen iets, de een kucht. Eén zegt tegen de man naast hem: „Daj spokój, Grzesiek, niech pisze.” (Laat maar, Grzesiek, laat hem schrijven.)
Grzesiek, zoals ik nu weet dat hij heet, stelt nog één vraag:
„Mandat dostanę. Paszportu nie dostanę. A jak nie zapłacę?”
Een bekeuring krijg ik wel, een paspoort niet. En als ik niet betaal? De agent antwoordt dat er dan brieven komen en dat het duurder kan worden. Ik tolk het. Het is geen dreigement. Het is gewoon de volgende zin in het formulier.
Dan gebeurt er iets dat niet in het protocol staat. De agent zegt: „Zeg hem dat hij de diefstal van zijn paspoort toch kan laten registreren. En dat het melden van een verloren Pools paspoort bij de ambassade niets kost.” Ik geef het door. Het blijft even stil. Dan zegt de man, in zijn beste Nederlands, hakkelend en zacht: „Dank u wel.”
Wat blijft hangen
Het gesprek duurde nog geen kwartier. Ik heb nooit iets gezien. Ik hoorde een schorre stem, een aansteker, een hoest en een fles die op steen werd teruggezet. Meer niet. En toch weet ik van die man meer dan van veel mensen die ik wel in een kamer heb ontmoet.
Ik denk nog lang aan dat ene getal. Ruim honderd euro. Voor mij is het een etentje. Voor hem is het, volgens zijn eigen rekensom, het verschil tussen een muurtje en een kamer. Ik weet niet of hij het bij elkaar krijgt. Ik hoor het nooit. De telefoon gaat uit, en de straat is weer van hen.
Goed om te weten
- Of u op straat alcohol mag drinken, bepaalt de gemeente. In aangewezen gebieden kunt u een bekeuring krijgen, ook als u verder niemand last bezorgt. De regels staan op de website van uw gemeente.
- Is uw buitenlandse paspoort of identiteitskaart gestolen? Bel de politie via 0900-8844 om het te melden. Alleen melden is niet voldoende om een nieuw document te krijgen, daarvoor gaat u naar uw eigen ambassade of consulaat.
- Heeft u een Pools paspoort verloren of is het gestolen? Het verlies melden bij de Poolse ambassade in Den Haag kost niets. Daarna is het oude paspoort niet meer geldig.
- Niet of niet volledig betaald voor uw werk? De organisatie FairWork helpt arbeidsmigranten gratis en vertrouwelijk, ook in het Pools. Bewaar berichten, uren en alles wat uw werk aantoont.
- Een bekeuring die u niet betaalt, kan duurder worden. Lees daarom elke brief, ook als u hem niet begrijpt, en vraag zo nodig iemand om hulp.
Tot slot
Er werden die middag drie bekeuringen geschreven. Het verhaal erachter stond op geen enkel formulier.