Dagboek van een tolk #13: Wat in de kamer blijft
Een arts belt voor een tolk Pools. Een vrouw van achtentwintig is alleen gekomen en vraagt als eerste één ding: dat niemand het te weten komt.

Dinsdagochtend, tien over negen. De telefoon gaat. Een arts, kalm en vlot, zegt dat hij een tolk Pools nodig heeft voor een patiënte. Meer vertelt hij niet. Ik noem mijn naam en zeg dat ik er ben. Aan de andere kant hoor ik een stoel schuiven en een deur die zachtjes dichtgaat.
Alleen in een kamer, met een telefoon
De arts begint met het vaste verhaal. Hij stelt zich voor, zegt dat er een tolk aan de lijn is en dat alles wat in deze kamer gezegd wordt, ook in deze kamer blijft. Ik tolk het zin voor zin. Het blijft stil. Dan, na een tijd die te lang duurt, een vrouwenstem. Zacht, en te beheerst.
„Proszę, żeby nikt się nie dowiedział.”
Alstublieft, laat niemand het te weten komen. De arts vraagt of ze alleen is gekomen. Ze zegt van wel. Hij vertelt dat de kliniek zonder haar toestemming niets doorgeeft aan haar partner, haar familie of haar verzekeraar. Ik hoor haar uitademen, kort, alsof ze die lucht al een paar dagen vasthield.
Dan zegt ze iets dat niet voor de arts bedoeld is, maar voor mij:
„A pan? Pan też nikomu nie powie?”
En u? Zegt u het ook niemand? Ik meld de arts dat de patiënte mij iets vraagt. „Beantwoord het maar”, zegt hij. Ik zeg haar, in het Pools, dat ook voor een tolk zwijgplicht geldt. Dat ik het hier laat, in deze kamer, en dat ik niets meeneem. Ze zegt niets terug. Ik hoor alleen een papieren zakdoekje.
Het woord
„Mevrouw”, zegt de arts, „ik wil eerst met u alleen nagaan of u weet wat er vandaag gaat gebeuren. U bent hier voor een abortus. Klopt dat?”
Ik tolk het woord. Het is er één dat in elke taal zwaarder klinkt dan in de papieren. Het blijft een tel stil op de lijn. Dan een ademhaling, en een stem die opeens heel klein is.
„Tak. Proszę to powiedzieć jeszcze raz. Spokojnie. Po polsku.”
Ja. Zegt u het alstublieft nog eens, rustig, in het Pools. Ik doe het. Ik zeg het zoals het is, zonder het mooier of harder te maken. Dat is mijn werk.
De arts stelt de vragen die hij elke patiënte stelt, en ik tolk ze zoals ze komen. Of dit haar eigen beslissing is. Of iemand haar onder druk zet. Of ze iets wil vragen voor ze verdergaan. Het zijn vragen die kloppen en toch bijna beledigen, zo zakelijk. Ze antwoordt zonder aarzeling.
„Nikt mnie nie zmusza. To jestem ja.”
Niemand dwingt mij. Dit ben ik. Ik tolk het precies zo. De arts zegt dat ze alle tijd mag nemen, dat een verplichte bedenktijd niet meer bestaat en dat ze samen kunnen bepalen wat ze nodig heeft. Ze lacht kort, zonder vrolijkheid.
„Nie potrzebuję czasu. Potrzebowałam czasu przez trzy tygodnie.”
Ik heb geen tijd nodig. Ik heb drie weken tijd gehad. De arts zegt niets terug en schrijft iets op. Ik hoor de pen. Daarna komt de echo, en ik hoor alleen hem praten, een paar korte zinnen en een getal. Ik tolk het getal. Ze ademt in.
Wat er vandaag gaat gebeuren
Dan legt de arts alles uit, in kleine stukjes, zoals hij dat vaker doet. Ik tolk elke zin, en de vrouw zegt alleen af en toe „tak”.
Eerst krijgt ze twee tabletten. Die maken de baarmoedermond zachter, zodat hij straks makkelijker kan werken. Ze moeten minstens een uur inwerken, en ze kunnen lichte krampen geven. Daarvoor krijgt ze pijnstillers. Daarna volgt de behandeling zelf. Ze ligt dan op een gynaecologische stoel. Hij brengt een dun buisje in en zuigt de zwangerschap weg. Het duurt ongeveer tien minuten, en een verpleegkundige is erbij. Voor de pijn kan ze kiezen: een plaatselijke verdoving, of een roesje waarvan ze kort slaapt. Daarna rust ze nog een tijdje. In totaal is ze ongeveer vier uur in de kliniek. De dagen erna kan ze buikpijn en bloedverlies hebben, en als iets niet goed voelt, belt ze de kliniek. Over een paar weken volgt een telefonische nacontrole.
Midden in een zin hoor ik iets op het bureau zoemen. Een telefoon, die trilt. Haar stem, laag en gespannen:
„To on. Nie odbiorę.”
Dat is hij. Ik neem niet op. De arts zegt vriendelijk dat ze gerust mag opnemen, dat wij wachten. Het trillen houdt op en begint opnieuw. Dan hoor ik hoe de vrouw haar keel schraapt, en hoe haar stem verandert. Helder, licht, bijna lachend.
„Cześć, kochanie. Tak, jestem w pracy. Wszystko dobrze. Oddzwonię wieczorem.” Ik tolk het niet. Dit gesprek is niet voor mij. Ik hoor haar tussen twee zinnen zich verslikken en daarna doorpraten alsof er niets aan de hand is. Dan klikt het uit.
„Kurwa, jak ja go okłamuję.”
Verdomme, wat lieg ik tegen hem. Ik tolk het, omdat ik alles tolk. De arts zegt zacht: „Neem de tijd.” Het blijft lang stil. Ik wacht, zoals dat hoort.
Dan vraagt ze naar de verdoving. Ze wil een plaatselijke. Na een roesje mag ze een dag niet zelf rijden, en ze heeft niemand die ze kan vragen. De arts noteert het.
Voor de deur dichtgaat
De arts zegt dat de verpleegkundige zo de tabletten brengt. Ik hoor een deur, een rustige vrouwenstem, een glas dat op een tafel wordt gezet. Dan zegt de arts dat de tolk nu ophangt. Dat is de afspraak: tot hier tolk ik, en wat daarna gebeurt, gebeurt zonder mij.
De vrouw vraagt, zo zacht dat ik haar bijna niet versta:
„Pan już się rozłączy?”
Hangt u nu op? Ik zeg dat ik dat moet. Ze zegt niets. Dan, net voor ik de verbinding verbreek: „Dziękuję, że pan tu był.” Dank u dat u er was. Ik geef het door aan de arts, en ik zeg haar dat ze het rustig aan moet doen. Dan druk ik het gesprek weg.
Wat blijft hangen
Ik weet niet hoe de rest van de dag afliep. Dat hoort bij dit werk: ik krijg het begin, nooit het einde.
Ik heb in die kamer geen mening. Ik heb een taak: elk woord overbrengen, ook de woorden die niemand wil horen. Ik zie nooit een gezicht. Ik hoor een stem die eerst tegen een arts praat, daarna tegen mij en daarna, met een lach die niet van haar is, tegen iemand die niets weet.
Ik ben die dag iemand die het weet en het nooit kan vertellen. Dat is geen last. Dat is het werk. Maar ik denk wel aan haar, en aan de vraag die ze drie keer stelde, op drie manieren: blijft dit hier?
Goed om te weten
- U kunt zonder verwijzing van de huisarts rechtstreeks contact opnemen met een abortuskliniek. Sinds 1 januari 2023 geldt geen verplichte bedenktijd van vijf dagen meer. Samen met de arts bepaalt u wat u nodig heeft.
- De arts spreekt u altijd eerst alleen, om te zien of de keuze uw eigen keuze is. Een begeleider mag daarna meestal bij het gesprek en het vooronderzoek zijn, maar niet bij de behandeling.
- Bij een zuigcurettage krijgt u soms eerst twee tabletten die de baarmoedermond zachter maken. De behandeling zelf is een korte ingreep onder plaatselijke verdoving of met een roesje. Na een roesje mag u 24 uur niet zelf autorijden of fietsen. Vraag de kliniek vooraf naar de precieze gang van zaken.
- Medewerkers van de kliniek hebben zwijgplicht. Zonder uw toestemming horen uw partner, familie of zorgverzekeraar niets. Verwacht u dat iemand belt, laat het dan vooraf aan de receptie weten.
- Spreekt u geen Nederlands of Engels, dan belt de arts met een tolkentelefoon. Een beëdigd tolk heeft ook zwijgplicht.
- Woont of werkt u in Nederland, dan kost de behandeling u niets. Bent u hier tijdelijk, dan moet u de kosten misschien zelf betalen. Vraag het vooraf aan de kliniek.
- Twijfelt u nog? Fiom biedt hulp bij een ongeplande zwangerschap, en ook op de dag zelf kunt u nog uitstellen of stoppen.
Tot slot
Het zwaarste gesprek van die ochtend was het enige dat ik niet hoefde te tolken.