Policja

Dagboek van een tolk #2: Twee keer rechtsaf

Middernacht, regen en een doorweekte Pool naast een politieauto. Hij ging alleen even naar de winkel voor drank, maar na vier uur weet hij niet meer waar hij woont. Geen telefoon, geen identiteitsbewijs en geen adres.

11 oktober 20263 min leestijdAuteur: Marcin Kowalski
Dagboek van een tolk #2: Twee keer rechtsaf

Vijf voor twaalf 's nachts. De telefoon gaat: een opdracht van een halfuur, politie. Ik verwacht een verhoor. Maar de agente begint met een zin die ik in dit werk niet vaak hoor:
"We hebben hier een meneer die niet weet waar hij woont."

De meneer heet Paweł. Hij staat naast de politieauto en is doorweekt. Als ik me voorstel, hoor ik opluchting in zijn stem, alsof iemand hem eindelijk een hand toesteekt.

Het verhaal is eenvoudig. Een avond na het werk in een arbeidersvoorziening, een paar biertjes met collega's, daarna een fles wodka. Toen de fles leeg was, bood Paweł aan om even naar de winkel te gaan. Hij woont er nog maar kort en kent de buurt niet, dus legden zijn collega's hem de weg uit. Twee keer rechtsaf. Of één keer rechts en één keer links. Dat weet hij niet meer zeker.

Hij liep ruim vier uur. Het werd donker, het begon te regenen. De winkel vond hij niet. Toen hij de politieauto zag, dacht hij dat hij gered was.

De agente vraagt om zijn identiteitsbewijs. Dat ligt nog thuis. Zijn telefoon ook. Ze zoeken zijn naam op in het systeem, maar er komt niets uit. Ze vragen naar zijn adres. Paweł valt stil.
"Ik weet het niet meer. Het was een Nederlandse straatnaam."

Ik tolk. De agenten geven niet op en gaan op hun eigen manier zoeken. Kent hij een telefoonnummer van iemand uit zijn hoofd? Nee. De naam van het bedrijf waar hij werkt? Nederlandse namen vindt hij lastig. De naam van het uitzendbureau? Ook niet. Een kerk in de buurt, een Albert Heijn, een Jumbo, een station, een groot bedrijf? Op elke vraag komt hetzelfde antwoord: nee.

Op een gegeven moment zegt de agente in het Nederlands tegen haar collega dat dit zoeken is naar een speld in een hooiberg. Ik tolk alles, dus ook dat. Paweł lacht, voor het eerst die avond. Daarna wordt het stil.

Uiteindelijk nemen ze hem mee naar het bureau. Warme thee, een droge deken, een stoel. De agente bedankt me en we hangen op. Hoe die nacht is afgelopen, weet ik niet. Een tolk hoort bijna nooit het einde. Ik hoop dat een van zijn collega's de volgende ochtend merkte dat er een bed te veel leeg was.

Goed om te weten

  • Draag altijd een identiteitsbewijs bij u. In Nederland moet iedereen vanaf 14 jaar het op verzoek van de politie kunnen laten zien.
  • Schrijf uw adres in Nederland en het nummer van iemand die u vertrouwt op een papiertje. Een telefoon kan leeg raken of thuis blijven liggen, een briefje in uw portemonnee niet.
  • Onthoud de naam van uw uitzendbureau en van het bedrijf waar u werkt. Politie, ziekenhuis en ambulance beginnen vaak juist daarmee.
  • Spreekt u geen Nederlands of Engels? Dan kunt u de politie om een tolk vragen. Zeg gewoon: "Pools, tolk."
  • Bent u verdwaald op een nieuwe plek? Blijf niet urenlang rondlopen. Ga een open winkel of tankstation binnen, of bel 0900-8844 (politie, geen spoed).

Tot slot
Soms is de moeilijkste vraag op het politiebureau niet "wat heeft u gedaan?", maar "waar woont u?".

Personages en details zijn fictief. De verhalen zijn gebaseerd op ervaringen uit het werk als tolk.

[Een tolk nodig via telefoon of video? Plan een afspraak.]