Politie

Dagboek van een tolk #14: Zoek het maar uit

Het is begin december en uit de telefoon komt vooral wind. Een Poolse vrouw van zestig staat met twee koffers bij het station van Zwolle en zegt dat ze sinds vandaag nergens meer woont. Een chauffeur heeft haar daar achtergelaten, met één zin.

30 oktober 20268 min leestijdAuteur: Marcin Kowalski
Dagboek van een tolk #14: Zoek het maar uit

De telefoon gaat. Ik neem op en het eerste wat ik hoor is wind. Hij blaast recht in de microfoon, rommelt even en valt weer weg. Dan een omroepstem, hol en ver weg: de trein van tien over half acht heeft vijf minuten vertraging. Vlak bij de telefoon zegt een vrouw: „Hallo? Hoort u mij? Wij hebben een tolk Pools nodig.”

Ik zeg dat ik er ben. „Fijn. Ik zet u op de luidspreker, mijn collega staat naast me.” Verderop zegt een mannenstem iets over handschoenen die hij in de auto heeft laten liggen. Daarna wordt het geluid dof, alsof iemand de telefoon tegen een jas houdt om de wind tegen te houden.

Een stem die niet wil beginnen

„Mevrouw, de tolk is er. U kunt nu gewoon Pools praten.” Ik stel mij in het Pools voor en zeg dat ik alles tolk wat er gezegd wordt, in beide richtingen. Er komt niets terug. Een koffer met kleine wieltjes ratelt voorbij. Een trein remt, lang en schel. Dan, heel dichtbij, een korte ademhaling.

„Dzień dobry.”

Goedenavond. Meer zegt ze niet. De agente begint met wat ze altijd vraagt. Hoe heet u? Wanneer bent u geboren? Heeft u een identiteitsbewijs bij u? Ze heet Danuta. Ze noemt haar geboortejaar en ik reken het niet uit, maar de agente wel: „Dus u bent zestig.” Een identiteitskaart heeft ze, ergens in de tas. Ik hoor een rits, papier, een sleutelbos die nergens meer bij hoort. „En waar woont u, mevrouw?”

Het blijft zo lang stil dat ik denk dat de verbinding weg is. Dan:

„Nigdzie. Od dzisiaj nigdzie.”

Nergens. Sinds vandaag nergens. Ik zeg het in het Nederlands met dezelfde rust als zij, en ik hoor de agente uitademen in de kou.

Wat er vanmiddag gebeurde

„Waar woonde u gisteren nog?” In een huis van het uitzendbureau, zegt Danuta, met vijf andere vrouwen. Twee in een kamer. „En waarom woont u daar niet meer?” „Skończyła mi się praca.” Mijn werk is afgelopen. „Heeft u zelf opgezegd, of heeft het bureau dat gedaan?”

Ik tolk de vraag. Er rijdt een trein binnen, de remmen piepen, deuren gaan open met dat bekende sissen. Haar antwoord komt pas als het weer stil is.

„To długa historia. Nie chcę o tym mówić.”

Dat is een lang verhaal. Daar wil ik niet over praten. „Dat hoeft ook niet”, zegt de agente. „U wordt nergens van verdacht. Wij willen alleen weten hoe u hier op het station terecht bent gekomen.”

Dat vertelt ze wel. Vanochtend kwam er een chauffeur van het bureau. Hij zei dat ze haar spullen moest pakken, ze had een uur. Hij reed haar naar Zwolle, zette haar twee koffers en een tas op de stoep voor het station en zei één zin. Ze herhaalt die zin voor mij, precies zoals hij hem zei.

„Radź sobie.”

Zoek het maar uit. Ik tolk het zoals zij het zegt, kort en zonder toon. De mannelijke agent vraagt hoe laat dat was. Rond drie uur. Ze staat hier dus al bijna vijf uur. „Bent u al die tijd buiten geweest?” Een tijdje binnen, zegt ze, bij de bakker, tot die dichtging. Daarna op een bankje.

Vragen in de kou

Nu komen de vragen snel, en ik merk dat de agenten ze afwisselen, zij praktisch, hij voorzichtig. Heeft u geld bij u? Ja, wat. Genoeg voor een hotel? „Na jedną noc. Może na dwie. A potem co?” Voor één nacht. Misschien twee. En dan? Heeft u een bankpas? Ja. Heeft u een telefoon? Ja, maar de batterij is bijna leeg. Is er iemand in Nederland die u kunt bellen? Een collega, een vriendin? De vrouwen uit het huis, zegt ze, maar die beginnen morgen om zes uur en hebben zelf geen ruimte.

„Wat doet u eigenlijk in Nederland, mevrouw?” vraagt de agent. Het is de eerste vraag waar ze meteen antwoord op geeft, alsof ze hem verwacht heeft.

„Mąż umarł dwa lata temu. Mam emeryturę, ale sama nie starcza. Myślałam, że popracuję rok, może dwa, i wrócę.”

Mijn man is twee jaar geleden overleden. Ik heb een pensioen, maar alleen dat is niet genoeg. Ik dacht dat ik een jaar zou werken, misschien twee, en dan terug zou gaan. Ik tolk het in de ik-vorm, zoals altijd. Zo hoort het. Het betekent alleen dat ik vanavond „mijn man is overleden” zeg over een man die ik nooit heb gekend.

Twee landen

„Heeft u kinderen?” Ja, zegt ze. Een dochter in Ierland en een zoon in Duitsland. Allebei getrouwd, allebei met kinderen. De agente vraagt of ze hen nu kan bellen, hier, met ons erbij, zodat iemand weet waar ze is.

De wind trekt weer aan de microfoon. Ergens lacht een groep jongeren, en het lachen verdwijnt de trap af. Danuta zegt dat ze vanmiddag haar zoon heeft gebeld. Hij zei dat het nu niet uitkwam. Haar dochter neemt niet op. Ze heeft een bericht gestuurd. Daarna zegt ze iets wat ik woord voor woord moet doorgeven, en dat doe ik ook.

„Oni mają swoje życie. Nie będę im głowy zawracać.”

Ze hebben hun eigen leven. Ik ga ze niet lastigvallen. De agente zegt even niets. Dan, zachter dan daarvoor: „Mevrouw, het is begin december. Vannacht gaat het vriezen. Wij laten u hier niet zitten.”

Een nummer

„Wilt u even aan de lijn blijven, tolk? We overleggen kort.” Het geluid wordt nog doffer. Ik hoor flarden van een tweede telefoongesprek, de mannelijke agent die ergens een vraag stelt en een paar keer „ja, ja” zegt. Wat er besproken wordt, versta ik niet. Ik wacht.

Dan is de agente terug. Ze zegt dat ze proberen te regelen dat Danuta vannacht ergens binnen kan slapen, en dat ze dat over een halfuur weten. En ze heeft nog iets. „Er is een stichting, Barka. Daar werken mensen die Pools spreken. Ze helpen mensen uit Polen die hun werk en hun woning kwijt zijn. Met advies, met het zoeken naar ander werk, of met teruggaan naar Polen als u dat zelf wilt.”

Ik tolk het. Bij het woord Polen hoor ik Danuta iets inslikken, en dan komt het antwoord sneller dan alle andere.

„Nie chcę wracać na tarczy.”

Letterlijk zegt ze dat ze niet „op het schild” terug wil komen. Dat beeld bestaat in het Nederlands niet, dus ik maak er van: ik wil niet als verliezer terugkomen. De agente zegt dat bellen nog niets betekent. „U belt alleen voor advies. U beslist zelf.” Ze leest het nummer langzaam voor en ik herhaal elk cijfer in het Pools, twee keer. „Ik schrijf het ook voor u op een papiertje”, zegt ze. „Voor als uw telefoon leeg is.” Ik hoor een pen, en een blaadje dat uit een boekje wordt gescheurd.

Wat ik niet weet

„Dank u wel, tolk. Wij blijven bij haar tot we iets weten.” Ik zeg het nog in het Pools, zodat Danuta weet dat ik ophang. „Dziękuję panu”, zegt ze, zo zacht dat de omroep er bijna overheen praat. Er vertrekt een trein. Een klik, en het is stil.

Of er die nacht een bed was, weet ik niet. Of ze het nummer heeft gebeld, of haar dochter toch nog heeft teruggebeld, ook niet. Thuis tikt de verwarming. Ik blijf nog een tijdje zitten met de telefoon in mijn hand, en met de stem van een chauffeur die ik nooit heb gehoord.

Goed om te weten

  • Huurt u een kamer via uw uitzendbureau en eindigt uw uitzendovereenkomst? Volgens de uitzend-cao van de ABU geldt dan een overgangstermijn van vier weken om de woning te verlaten, tegen dezelfde huur als tijdens uw werk. Bij ziekte of andere bijzondere omstandigheden moet het bureau rekening houden met een passende termijn. Kijk in uw huurovereenkomst wat er voor u geldt.
  • Bewaar uw arbeidscontract, uw huurovereenkomst en uw loonstroken, ook als u ergens vertrekt. Zonder papieren is het later moeilijk om iets terug te vragen.
  • Heeft u geen slaapplaats, dan kunt u contact opnemen met de gemeente of de GGD over maatschappelijke opvang. Een EU-burger heeft niet altijd recht op een plek in de gewone daklozenopvang. Dat hangt onder meer af van hoe lang u in Nederland heeft gewerkt.
  • Bij strenge kou geldt in veel gemeenten een winterregeling. Mensen die buiten slapen, worden dan actief benaderd om binnen te slapen.
  • Stichting Barka helpt dakloze en kwetsbare EU-burgers, vaak mensen uit Midden- en Oost-Europa die voor werk naar Nederland kwamen. Teams spreken de eigen taal van de mensen en helpen bij het zoeken naar werk of, als iemand dat zelf wil, bij een terugkeer naar het land van herkomst. Meer informatie staat op https://barkanl.org
  • Zet elke maand een klein bedrag opzij voor slechte tijden. Geld voor een paar weken huur en boodschappen geeft u de tijd om rustig nieuw werk en een kamer te zoeken, in plaats van op het station te moeten beslissen.
  • Vraag op tijd om hulp, ook als het voelt als falen. Een gesprek is nog geen beslissing.

Tot slot

Ze heeft twee kinderen in twee landen, en één telefoonnummer dat ze vanavond van vreemden kreeg.
vinden dit leuk48